Logo brugnijmegen.nl


Krulletjes

Strijdbuire komijnekaos

  Column

Het was koud, maar uithoudbaar deze maandagmorgen. Mijn vaste rit naar de markt voerde altijd langs de kaaskar. Dat patroon hebben velen, dus een beetje geduld is hier geregeld nodig. Prima voor de verkoper, wat minder aangenaam voor kopers op deze winderige winterdag. Mijn hoofd geborgen in mijn kraag hoorde ik duidelijk achter mij "snijbuire, nou jij." Een vage vrouwenstem reageerde heel zacht en onverstaanbaar. "Nee, luuster goed: snij-bui-re. Da ken je best. Duu nog 's. Snijbuire." Even pauze en toen verlegen: "sijbuire." Nog drie keer voorzeggen en nazeggen leverde een kleine verbetering op. "Da begint d'r op te lieke. Je ken 't bes, meid. Se hebbe hier soefeul, d'r mot nog belege bij, begriep je?" Ik aarzelde om te kijken; de les ging zacht doch hoorbaar verder. "Belege … be-lee-ge."
Een zucht met een exotische toevoeging was hoorbaar; daar achteraan "bee-lee-gee." Na voorspraak kwam een bijna foutloze herhaling. Het compliment was terecht. Volgens mij moest de bestelling gaan lukken, want "kaas" leek mij geen probleem. Helaas voor haar leerling moest het "komijnekaas" worden.
Ik was niet de enige wachtende die een lach moest onderdrukken. Hier gaf een vrijwilligster Nederlandse praktijkles aan een tijdelijke bewoonster van onze stad. De komijnekaas bleek een moeilijker product dan "belegen". Ze zocht naar woorden om uit te leggen, wat komijnen zijn. We hoorden de buitenlandse voorzichtig steeds "ja" zeggen. Er groeide hoop onder de kopers.
Helder en keurig in lettergrepen klonk nog enkele malen het voorzeggen, gevolgd door een na-zeg-worsteling met correctiemodel. Hier bleek weer eens hoe moeilijk onze taal is voor buitenlanders. Onze taalklanken vormen enorme barrières. Maar duidelijk werd ook, dat we samen die taalproblemen moesten oplossen. De vrijwilligster verdiende een pluim. Steeds iets zachter bood zij hulp, terwijl ze haar leerling aanmoedigde luider te spreken. De kaasman kondigde mijn beurt aan. Ik wilde een pond van dezelfde kaas hebben. "Mag ik een pond strijdbuir ferlege kenijnekaos," hoorde ik mezelf zeggen. "Sonder kursjes graog." Hij begreep mijn bestelling. Achter mij klonk helder maar benauwd: "Ik ook sonder kusjes graag?"

Reageer als eerste

Lees ook