
Pop-up poëzie bij de Dingobieb
AlgemeenNIJMEGEN - Een artikel over de ‘dag van de minibieb’ in De Brug was voor mini-bibliothecaris Thijs Ruland aanleiding om een activiteit te organiseren rondom zijn biebje aan de Dingostraat in Nijmegen. Hij koos als thema: pop-up poëzie.
Door Joke Feenstra
Binnen een paar dagen was het programma rond: buurvrouw Thea Hiddink wilde het programma wel openen, gevolgd door buurtgenoot Sylvester Verwiel die enkele gedichten zou voorlezen. De straatgenoten werden via een flyer uitgenodigd om te komen luisteren, een boek mee te nemen en eventueel zelf een limerick voor te lezen.
Zo kwam het dat op zaterdag 5 juni om 14.00 uur de eerste belangstellenden zich verzamelden rondom de Dingobieb (huisnummer 56). Onder het genot van een kopje koffie heette Thijs zijn gasten welkom. Thea trapte af: in plat Betuws en volledig in haar rol van straatartiest declameerde ze – uit het hoofd - het humoristische gedicht ‘Een aorig misverstand’ uit 1917 van Werner van Meurs. Ze knoopte er nog een luchtig werkje van Annie M.G. Schmidt achteraan.
Verwiel kwam op met een dik boekwerk: ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten’ van Ilja Pfeiffer, de neerslag van een jaar onderzoek in de Koninklijke Bibliotheek.
Dat kon wel eens een lange middag worden, zag je het publiek bijna denken… Echter, na een luchtige aftrap, voerde de voormalig docent Nederlands de spanning op door zijn publiek steeds verder uit te dagen te kiezen voor ‘zwaardere kost’. Via een meisje die op het ijs lag en geen enkele helpende hand aanpakte, tot aan taboe-doorbrekende keuzes sprong hij van de ene dichter op de ander. Heel fijn, steeds kort, aan elkaar gepraat en in gesprek met de toehoorders. Verwiel stelde het publiek gerust met de mededeling dat je niet alles hoeft te begrijpen. ‘Soms kan je al getroffen worden door één zin, en dat kan genoeg zijn,’ aldus Verwiel.
Droog-komisch
Straatgenoot Olaf kwam met drie droog-komische gedichtjes van Herman Finkers en Thijs las zelf een paar rijmpjes van John O’Mill voor. De mini-bibliothecaris had als toegift een ode op de minibieb: een op maat gemaakte limerick, gemaakt door overbuurman Wouter, die helaas zelf niet aanwezig kon zijn. Als volgt:
Er is echt een bieb in ons straatje.
Hij ziet er mooi uit; echt een plaatje.
Je pakt er een boek,
Gewoon om de hoek.
En maakt en passant ook een praatje.
Tot slot schoof buurman Koen aan, die drie jaar daarvoor de openingshandeling had verricht door het eerste boek te plaatsen in de minibieb. Hij declameerde zijn op de achterkant van de uitnodiging geschreven dichtwerk:
De Dingobieb: een goed idee!
Je kiest een boek en neemt het mee.
En heb je ’t uit:
Dan terug naar hier.
Dat wordt dan dubbel leesplezier!
Onder enthousiast gejuich en applaus werd hiermee de bijeenkomst beëindigd. Een prachtige afsluiting van een genoeglijk uurtje met buurtbewoners en toevallige passanten.







