
Maartenskliniek gebruikt sensoren bij verbetering revalidatie
AlgemeenDe Sint Maartenskliniek in Nijmegen gaat sensortechnologie gebruiken voor haar revalidatiebehandelingen. Dankzij een nieuw samenwerkingsverband met Fujitsu, biedt het Loop Expertise Centrum een uniek traject voor haar patiënten. Sensoren gaan patiënten tijdens het complete revalidatietraject in de kliniek volgen.
Nijmegen - “De verwachting is dat dit niet alleen betere informatie over de vooruitgang van de patiënt oplevert, maar ook belangrijke input voor wetenschappelijk onderzoek om de behandelingen verder te verbeteren.” De huidige sensoren van trainings- en looprobots kunnen de voortgang van de patiënt alleen meten tijdens het gebruik van deze apparaten, meestal tijdens therapiesessies met een behandelaar. Er bestaan nog geen sensor-toepassingen die de totale voortgang van patiënten kunnen meten tijdens het complete verblijf binnen de kliniek. De Sint Maartenskliniek en Fujitsu slaan daarom de handen ineen om samen nieuwe sensortechnologie voor revalidatiepatiënten te ontwikkelen, die de resultaten van het complete revalidatietraject in kaart kan brengen.
Begin december starten de Sint Maartenskliniek en Fujitsu met een eerste studie onder 50 patiënten met loopproblematiek, die in behandeling zijn bij het Loop Expertise Centrum van de Sint Maartenskliniek. Het gaat om mensen met klachten bij het lopen die als gevolg van een beroerte zijn ontstaan. Patiënten krijgen draagbare sensoren op de enkels of scheenbenen die overdag het bewegingspatroon meten. Een sensor onder de matras meet de bewegingen en vitale waarden van de patiënt tijdens het slapen. Deze gegevens geven een completer beeld van de conditie van de patiënt. Doordat de voortgang dag en nacht wordt bijgehouden, ontstaat een nauwkeuriger beeld van de vorderingen die de patiënt maakt.
Uitkomsten voorspellen
De behandelaars en onderzoekers van de Sint Maartenskliniek hopen samen met de specialisten van Fujitsu via deze sensoren nieuwe algoritmes te ontwikkelen die de behandeluitkomsten kunnen voorspellen, en op die manier ook de behandelingen verder verbeteren. De eerste resultaten worden begin 2018 verwacht.







