StAAD lezing: het ‘stikke’ Nijmegen
Algemeen Kort nieuwsNIJMEGEN - Historicus René van Hoften komt vrijdag 28 februari op uitnodiging van StAAD vertellen over het ‘stikke’ Nijmegen, de geschiedenis van de steile straten in Nijmegen. De lezing in wijkcentrum Dukenburg aan Meijhorst 7039 in Nijmegen is van 14.00 tot 16.00 uur. De toegang is gratis.
Een van de belangrijkste kenmerken van Nijmegen dat haar wat betreft geografische continuÏteit onderscheidt van elke andere stad in Nederland is de natuurlijke ligging tegen de stuwwal aan. Dat is een uniek feit en heeft samen met de ligging aan de Waal de geschiedenis, het zelfbeeld en het imago van Nijmegen sterk beïnvloed.
De hoge positie op een aantal heuvels geeft Nijmegen een enigszins buitenlands karakter. De bouwwijze van huizen op een aantal steile straten paste zich daaraan aan, goede waterafvoer was van belang, het transport van mensen en goederen kreeg ermee te maken, het woongedrag werd er door beïnvloed, waarbij elke straat door een specifiek kenmerk haar eigen aard had en nog heeft.
Zo woonde op de Stikke Hezelstraat een aantal blauwververs, op de Smidstraat lagen een paar winkels voor antiek en curiosa, op de Muchterstraat zat het opvangtehuis Luctor et Emergo, aan de Ottengas lag een krankzinnigenhuisje, de Pepergas en Keumegas kenden als bewoners een aantal prostituees, op de Lindenberg lag kasteel Hallo, de Vleeshouwerstraat kende een concentratie van kaaisjouwers, de huizen aan de Voerweg en Rozemarijngas zijn door verkrotting en oorlog helemaal verdwenen en aan de Houtstraat lag een paar grote adellijke domeinen. De Benedenstadse trappartijen waren vooral een geliefd domein voor kinderen om te spelen en kattenkwaad uit te halen.
Er waren grote sociale verschillen tussen de Benedenstad en de Bovenstad, boven woonde rijk en beneden woonde arm. De vermogende adellijke families woonden op het Kelfkensbosch, het Valkhof, de Ridderstraat en de Muchterstraat. De arme families vooral op de Vleeshouwerstraat, Steenstraat, Nonnenstraat, Kloosterstraat en Bottelstraat.
Er zijn veel schilders en tekenaars die zich, al sinds oude tijden, door het ‘stikke’ karakter van Nijmegen en met name de Benedenstad hebben laten inspireren. Veel van deze prachtige afbeeldingen worden in de lezing vertoond. De tegenstellingen tussen arm en rijk worden in de presentatie uitvoerig verteld. In het deel over de Benedenstad, voor de pauze, zingt Peter Freysen, de kleine straatzanger van muziekgroep Kladderadatsch, gevoelige straatliederen. In het deel over adellijk Nijmegen uit de Bovenstad, na de pauze, draagt dichteres Marijke Eken, poëzie voor van Hans Kaspar Arkstee, een vermogende protestantse dichter uit de 18e eeuw.








