
Zorgen bij Proper: ‘Hoe kunnen we zo wisselvallig zijn?’
AlgemeenNIJMEGEN - Het wil dit seizoen nog niet vlotten bij NEC. De goede resultaten wisselen de blamages af. Zo werd ternauwernood gelijk gespeeld tegen hekkensluiter Almere City. Aanvoerder Dirk Proper miste duelkracht bij zijn ploeg en was kritisch op de organisatie van de Nijmegenaren.
Na de 2-2 in de 94e minuut werd er maar even gejuicht door de Nijmeegse fans in De Goffert. Dat had alles te maken met het slechte spel van NEC na rust. “Ik snap dat wel”, vertelt Proper aan ForzaNEC. “In de eerste helft heb je nog een aantal kansen en nog wel een oké gevoel, ondanks doelpunt van hen vlak voor rust. In de tweede helft loop je alleen maar achter de bal aan. Ik snap wel dat het niet echt euforisch was nadat je een laat punt redt.”
Moet beter
“Ik ben de eerste die zegt dat het beter moet. Soms weet je dat je minder speelt. Almere speelt één op één en dan wordt het rommeliger. Maar met de kwaliteiten die wij hebben, moeten we daar onderuit spelen. Dat hebben we veel te weinig gedaan. Dan gaat het om gas geven en hoeveel duels wil je winnen. Ik denk dat de supporters daar het meest teleurgesteld over zijn, dat je ziet dat Almere veel meer duels wint en daarom op onze helft kon spelen.”
De trainer
Vanaf de tribunes moest Rogier Meijer het ontgelden. Proper gaat voor zijn oefenmeester staan en trekt namens de selectie het boetekleed aan. “Ik snap wanneer de resultaten minder zijn, er kritiek is op de staf en de spelers. Zoals vandaag, als je je duels niet wint, dat ligt bij de spelers. Een trainer kan wel roepen, maar het is iets wat vanuit de spelers zelf moet komen. Iedereen speelt daar een rol in.”
“We hebben vorig jaar met veel dezelfde spelers laten zien wat we kunnen. Dan zou je zeggen dat het erin zit. Er zijn wedstrijden dat het wel beter ging, maar ik denk niet dat het eerlijk is om te zeggen dat het er niet in zit.”
Zorgen
Zijn er daardoor zorgen bij NEC? “Zorgen klinkt overdreven, maar het houdt je bezig. We willen en moeten beter. Het is te wisselvallig. Daar maak ik me wel zorgen om. We kunnen alsmaar roepen dat we dichtbij plek acht staan, maar we moeten naar ons spel kijken. Dat moet beter. Aan het einde van het jaar sta je waar je staat.”















