Afbeelding
Foto:
Krulletje van Leo van Stijn

Nie mauwe…

Algemeen

Het voorjaar begint zijn gezicht steeds duidelijker te tonen. De verdwenen kleuren van al wat leeft keren fluisterstil terug.

Op de stoep voor ons huis stapte een man stevig voort met twee Nordic walkingstokken. Hij stak de punten in de tegels alsof hij daarmee zijn frustratie wilde wegwerken. 

Op straat liep een ‘stokloze’ vrouw in zijn tempo mee. Ze hadden kennelijk iets met elkaar; in ieder geval mot. Omdat het een zonovergoten dag was, stonden de ramen open en konden we het stel letterlijk volgen.

“Je hoef nie so te stampen, heur. Die minse hebbe straks alle molle uut de umgefing in hullie tuin…”, zei de vrouw venijnig. “Jij het altied kommetuir op mien à’k Nordic walk”, sprak de man geïrriteerd. Een nietes-welles discussie volgde tot het eerste bankje in zicht kwam. “Ik gao duir effe mien bammetjes ete, Joop. Fan mien fysiotherapeute mot ik lope, muir wel regelmaotig ruste.” 

Joop had kennelijk dezelfde therapeut, want hij nam naast haar plaats. Vanaf ‘hun’ bankje konden ze de noeste arbeid in de tuin van enkele flatbewoners volgen: een toonbeeld van samenwerken om uitgebloeide planten te snoeien en opkomend onkruid te wieden. 

“Nou sie je eiges ’s dà dat oek sónder gemauw ken, Joop. Al onse bure kieke ons nou mè de nek aon, umdà jij so nodig fan dà grei tege onkruud ofer de plentjes ien onse gesaomelukke wijktuin gestrooid het.” Door zijn actie hadden al het opkomend lentegroen en de geplante bollen het loodje gelegd. ”Je ken nou bijnao sjeu de boele wuir irst ien ’t feurjuir de bijtjes de bloemetjes konde fiende…” 

Zo was Joop ook aan ‘zijn’ Ria gekomen. Een praatje over de heg, even de hond voor haar uitlaten, een kapotte lamp vervangen en voordat ze het wisten, woonden ze samen. De altijd hulpvaardige Joop had zich in de bewonerscommissie gewurmd. Hij bleek twee rechterhanden te hebben als het om klusjes ging, maar van tuinieren had hij geen kaas gegeten. “Wij kenne di juir ‘t tuinfeest wel fergete.”

“À’k dese minse nou ‘s gao hellepe? Magge we fast op hullie barbekjoe komme!”, zei Joop. “As je dà muir laot,” zei Ria terwijl ze de stokken van Joop pakte en de kuierlatten nam.