Foto:
Krulletjes

Onderuut

De sneeuw was langzaam begonnen aan het smeltproces. Ook op Plein '44 was de witte neerslag nog niet opgelost. "Erst die rothobbels", mopperde een man met een fiets aan zijn hand. "Nou die gladde troep nog d'r bij." Zijn voorwiel weigerde een bochtje, waardoor zijn fiets mijn kant uitgleed. Ik kon het voertuig tegenhouden. "Herstikke bedankt", zei de bejaarde fietser. "Ik bin hier al eerder onderuut gegaon. Ik had met de bus motte komme, muir soen klein endje… dan denk je toch ..." Schuifelend bereikten we de fietskelder. "Nou git 't faneiges nuir beneje. Deur da geutje duir." Hij wees naar de gleuf naast de trap, waar hij zijn wielen in moest plaatsen. "Mo jij oek nuir beneje?" Ik moest naar een telecomwinkel. "Die is duirgins", wees hij behulpzaam. "He'k oek maonde mot mee gehad." Hij zuchtte diep en ik voorzag een half uur klachten, maar door snel weg te lopen, koos hij voor de fietskelder, waarin hij langzaam verdween.

Ik moest nog naar een telefoonwinkel. Het abonnement voor alle telecom in ons huis diende opnieuw bekeken en berekend te worden. Nog geïrriteerd draaide ik me om en voor ik twee passen verder was, gleed ik uit. Geen wonder met de laag sneeuw nog op de stenen. Toen ik opkrabbelde, bleek dat er niet enkel sneeuw onder mijn schoenen zat. Een nog niet bevroren hondendrol bleek met mij mee te willen wandelen. Wrijven en schuifelen bleek niet te helpen. Zo kon ik moeilijk een winkel binnenstappen. Door de laag sneeuw was nergens een scherpe schraaprand te ontdekken.

"Stik 'm ien die gleuf," hoorde ik een bekende stem roepen. De fietsman was juist uit de kelder omhoog gekomen. "Je danst wel uirdig, heur", grapte hij. "Kom muir hierhin." Ik schuifelde naar de ingang. "Hier lupt 'n burstel mee nuir beneje um je fiets tege te houwe. Steek die fuile schoen d'r muir tusse. Ik trek 'm d'r wel deurhin. Wa met 'n wiel ken, mot oek met 'n schoen kenne."
Hij hield woord. Ik ga zeker nog een keer terug om ook de andere schoen te laten 'poetsen'.

Meer berichten