Foto:

Uutdrukke

Hoewel er in de apotheek nog veel stoelen leeg waren, koos een moeizaam binnenschuifelende dame de plaats naast mij. "Is die nog frij?", fluisterde ze wat schor. Ik hoefde niet te antwoorden. Met een zucht liet ze zich langzaam zakken. Ze paste klem tussen de leuningen. "Mô je hier oek 'n nummertje trekke?", vroeg ze mij, terwijl ze naar mij toe probeerde te buigen. Dat was hier inderdaad ook nodig. De aanmeldzuil stond bij de deur. Ik voorzag een moeilijk opstaan en haalde voor haar een volgordenummertje. Ze bedankte me zo vriendelijk, dat ik een knuffel aan voelde komen.

Snel genoeg stond ik op om een tijdschrift te zoeken op de leestafel. Hoewel ik overdreven veel tijd daarvoor nam, was geen van de nieuwe afhalers op 'mijn' stoel gaan zitten. "Die he'k muir feur jou frij gehouwe", zei ze vriendelijk hardop. "Mekuir helpende minse sien haos uutgesturfe, geleuf ik."

Ze verkondigde dat iets minder luid. Misschien reageerde daardoor geen van de aanwezigen. Terwijl ik bladerde door een medisch tijdschrift, keek ze aandachtig mee. "Wa duir ien steet, mô je nie allemaol geleufe, heur. Mien suster is feur huir reuma nuir 'n therapeut gewist." Die man had bij haar wel succes gebracht. "Ik wit nie wuirmee, muir se blieft hijgend nuir hum toegaon en ien de wolleke terugkomme." Haar gezicht werd zorgelijk. "Ik bin d'r oek gewist, muir die duut heel wa anders met huir dan met mien. Ik mot die striekert nie."

Ze had meer geloof in medicijnen. Die kwam ze nu ophalen. "Ik heb nou pille, muir de apotheek wil die nie mir uutdrukke. Ik ken da nie mir met mien hande." Ik kende het probleem en had er vaker mee geholpen. Hoopvol lachte ze me toe. "Is 't te feul gefraogd of je die feur mien wil uutdrukke?", fluisterde ze. "Hoeft nie feur niks, heur, as je oek nog wa fetbulte…." Het oproepen van mijn volgnummer verbrak gelukkig de verbinding.