Inventarisatie naoorlogse monumentale kunst aan gebouwen

Nijmegen - Wat is er nog over van de naoorlogse kunst aan gebouwen? De gemeente inventariseerde deze kunstwerken en kwam tot een totaal van 152.

De gemeenteraad van Nijmegen heeft het college gevraagd om een inventarisatie van naoorlogse gebouwgebonden kunst. Dat zijn kunstwerken die aan of in gebouwen vastzitten of los staan van het gebouw maar er wel speciaal voor gemaakt zijn. Het gaat bijvoorbeeld om mozaïeken, tegeltableau’s en glaskunstwerken. Bijzondere en opvallende kunstwerken zijn bijvoorbeeld de kunstwerken aan het stationsgebouw, het betonreliëf met glas-in-betonramen van het Henricus Instituut en de mozaïeken in de Sterflats.

De inventarisatie heeft een database opgeleverd van 286 kunstwerken die in de periode 1940-1990 gemaakt zijn. Tijdens de inventarisatie bleken 134 kunstwerken al vernietigd, verdwenen of ontvreemd te zijn. Dat is bijna de helft van alle kunstwerken die in die periode gemaakt zijn.

1% voor kunst

De inventarisatie heeft veel meer kunstwerken opgeleverd dan verwacht. Er is aanvullend onderzoek gedaan naar schoolgebouwen uit de periode 1945-1968. Dit leverde nog eens 30 extra kunstwerken op. De grote hoeveelheid kunstwerken komt voort uit de percentageregeling die de overheid vanaf de jaren ’50 had. Deze regeling hield in dat 1% van de bouwsom van nieuwe gebouwen besteed moest worden aan kunst.

Gebouwen van de rijksoverheid en gebouwen die door de gemeente werden gebouwd, zoals scholen en wijkcentra, werden daarom standaard voorzien van kunstwerken. Ook bedrijven als de Nederlandse Spoorwegen en de PTT hadden deze regeling.

De meeste kunstwerken dateren uit de periode 1945-1960 en bevinden zich in het Centrum en Nijmegen-Oost. Uit de periode 1970-1990 en in de wijken Dukenburg en Zuid is al veel weg. Er zijn kunstwerken van bekende architecten als Ted Felen, W.J. Maris, H. de Vos en J.A.A. Meertens. Aan alle kunstwerken is door een expertteam, met lokale deskundigen en landelijke experts van Bond Heemschut, een waardering toegekend in de categorieën hoog, middel en laag.

Nu de inventarisatie compleet is zal het college onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de kunstwerken te kunnen bewaren of bij sloop van het gebouw te herplaatsen. De opties hiervoor zullen meegenomen worden in de Erfgoedstrategie, die het college nu laat opstellen.

Meer berichten