Foto: PR

Onderzoek Radboudumc naar maculadegeneratie

Nijmegen - Onderzoekers van het Radboudumc hebben met buitenlandse collega’s een nieuw eiwit gevonden dat een belangrijke rol speelt bij leeftijdsgebonden maculadegeneratie (LMD). De ontdekking opent nieuwe mogelijkheden voor diagnose en behandeling van de ziekte schrijven ze in een publicatie in Nature Communications.

Onderzoekers uit Nijmegen en het Verenigd Koninkrijk vonden in bloed van patiënten met leeftijdsgebonden maculadegeneratie (LMD) veel hogere niveaus van het eiwit FHR-4. Dit eiwit komt ook voor in de macula en kan daar bijdragen aan het ontstaan van de ziekte. De macula, ook wel gele vlek genoemd, is het centrale deel van het netvlies waarmee je scherp en gedetailleerd kunt waarnemen.

Complementsysteem

Het FHR-4 eiwit speelt een belangrijke rol in een deel van het afweersysteem, het zogenoemde complementsysteem. Dit systeem beschermt ons tegen infecties en is ook betrokken bij ontstekingsprocessen. Anneke den Hollander, hoogleraar moleculaire oogheelkunde aan het Radboudumc en een van de onderzoekers: “In eerder onderzoek hadden we al een verband gelegd tussen LMD en het complementsysteem. Mensen met foutjes in belangrijke genen van het complementsysteem hebben een grotere kans op LMD. Daarom waren we meteen erg nieuwsgierig naar de rol van dit eiwit.”

Overactieve afweer

De onderzoekers gebruikten een speciale techniek waarmee genetische veranderingen zijn op te sporen die samenhangen met die verhoogde FHR-4 eiwitniveaus in LMD-patiënten. Den Hollander: “Zo vonden we dat variaties in genen die behoren tot de factor H familie de niveaus van het FHR-4 eiwit verhogen. Ons onderzoek suggereert dat die genetische variaties een hogere concentratie van FHR-4 in het bloed veroorzaken. Dat zorgt dan weer voor een ongecontroleerde activering van het complementsysteem in het oog, waardoor de kans op LMD toeneemt.”

Beter inzicht in de ziekte

Er zijn twee vormen van leeftijdsgebonden maculadegeneratie: een ‘natte’ en een ‘droge’ vorm. Voor de natte vorm zijn enkele behandelingen beschikbaar. De droge vorm is op dit moment nog niet te behandelen. “Mogelijk levert dit onderzoek aanknopingspunten op voor de ontwikkeling van een behandeling”, zegt Den Hollander. “Misschien is een verhoogd FHR-4 tijdig op te sporen en kun je het met bepaalde middelen normaliseren. Misschien leidt dit onderzoek op termijn tot nieuwe behandelmogelijkheden. In elk geval hebben we het idee dat we een enorme sprong hebben gemaakt in het doorgronden van deze, vooral voor ouderen, sterk invaliderende ziekte.”

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden