
Ouaissa geniet van bijzondere week: ‘Basar gaat die strijd niet winnen’
AlgemeenNIJMEGEN - NEC beleefde zondagavond opnieuw een prachtige avond in De Goffert. Na het bereiken van de bekerfinale eerder die week werd ook in de competitie overtuigend gewonnen van FC Volendam: 3-0. Sami Ouaissa was één van de doelpuntenmakers en genoot na afloop zichtbaar van de week die de Nijmegenaren doormaken.
“Volgens Önal had ik de mooiste van de avond gemaakt”, lacht Ouaissa na afloop tegenover ForzaNEC. “Maar wij hadden het er zelf ook al over. Hij heeft toegegeven dat mijn goal misschien wel de mooiste was, maar die van hem was ook prachtig.”
Binnenkant paal
Ouaissa was verantwoordelijk voor de tweede Nijmeegse treffer. De middenvelder schoof de bal fraai binnen via de binnenkant van de paal. “Die van mij ging via de binnenkant van de paal en hoog in het doel. Ik moet wel zeggen dat ik best veel tijd had, maar dat maakt de goal niet minder mooi.”
Na zijn treffer deed Ouaissa een opvallend gebaar door zijn handen bij zijn oren te houden. Zelf wist hij eigenlijk ook niet precies wat hij deed. “Normaal weet ik wel wat ik doe met een celebration, maar bij deze goal deed ik oprecht maar wat.”
Met ploeggenoot Noé Lebreton had hij eerder nog wel een ingestudeerde viering bedacht. “Dat was een soort deur openen met je handen. Dat had Cristiano Ronaldo ooit eens gedaan tegen Atlético Madrid. Dat vonden we wel mooi.”
Wedstrijdje met Basar
Naast de strijd om punten speelt er bij NEC ook een onderlinge competitie tussen Ouaissa en Basar Önal: wie maakt dit seizoen de meeste goals? “Voor het einde van het seizoen hebben we een strijdje, ja. Maar hij gaat hem niet winnen”, zegt Ouaissa met een grote glimlach. “We tellen de beker ook mee, dus we staan allebei op acht.”
De rivaliteit zorgt volgens hem juist voor extra scherpte. “We hadden nog nooit samen in één wedstrijd gescoord. Dat was ook echt een doel van ons. Vandaag is dat gelukt.” Er staat zelfs iets op het spel tussen de twee. “Hij verwacht een mooi cadeau van mij als hij wint. Maar dat gaat niet gebeuren, dus dan moet hij mij iets geven.”