
Tikkie-Takka #128: Een ontwaakte reus
Dirk Lotgerink en Chiron Rengers zijn een leven lang NEC-supporter. In de rubriek Tikkie-Takka schrijven ze elkaar over alles wat met rood-groen-zwart te maken heeft.
Nijmegen, 15-04-2026
Dag Chiron,
Het Grote Geluk ligt voor het grijpen. Aan de vooravond van de bekerfinale en een eindstrijd om plek 2 kan de euforie niet groter. Maar ben jij weleens depressief geweest? Bietje neerslachtig? Dit seizoen kan ik me dat niet voorstellen, maar zes jaar geleden was ik het.
We stonden in de middenmoot van de Eerste Divisie. Speelden in een hansopje van shirtsponsoren die amper genoeg shirtjes voor de selectie konden maken. Spelers die het droegen, leken zich te schamen. Er zat geen lijn in bestuurlijke beslissingen. Op het veld speelden we van links naar rechts, en soms weer van rechts naar links. Wat er tijdens het overige balbezit gebeurde, is net zo vergeten als de belastingaangifte van Zico Tumba.
‘Is dit het nou?’ vroeg ik mezelf dagenlang af. Ik zocht naar NEC-vlaggen in het straatbeeld. Nergens. Nergens, Chiron! Echt nergens. Of toch! Op de Weurtseweg. Bij de buurtsuper. Van Hennie ‘Henniesee’ en José Linders. Natuurlijk! Op de meest grauwe dag van het jaar wandelde ik naar de gezelligste supermarkt van de stad. Boven de ingang wapperde onze driekleur. Alsof we die speelronde niet kansloos hadden verloren van een of ander Jong-team en meestreden om het kampioenschap. Niets had ik uit de winkel nodig, behalve goede zin. ‘Wij hebben riefkuukskes’, stond er op een spandoek, dus die besloot ik maar te kopen.
Het rondje door de winkel bracht me verder langs NEC-kleding en andere clubartikelen. Ik pakte een stapel autostickers van het schapje: ‘Ik rem niet voor Arnhemmers’. Een condoom met de tekst: ‘Ik neuk geen Arnhemmers’, nam ik ook mee naar de kassa. ‘He gozer!’, begroette Hennie me vriendelijk. ‘heijje wilde plannen?’ Hij keek grijnzend naar mijn koopwaar. ‘Je ken’t muir bij je hebbe’, antwoordde ik. We lachten en de dag zou nu beter eindigen dan dat’ie was begonnen. Ik rekende het erotische parapluutje en de overige reminders af en liep tevreden de winkel uit. Toen ik al was overgestoken, hoorde ik Hennie weer achter me. ‘We sien een sloapende reus’, riep hij. ‘Wach mar af’!
Een paar jaar geleden verkochten Hennie en José de supermarkt. Op de plek van de buurtsuper staan nu appartementen, maar denk maar aan Hennie, als we zondag wakker om nooit meer te gaan slapen.
Haije!
Dirk