
Tikkie-Takka #128.5: ‘Ik kwam hier voor het eerst, het was een mooie dag…’
Dirk Lotgerink en Chiron Rengers zijn een leven lang NEC-supporter. In de rubriek Tikkie-Takka schrijven ze elkaar over alles wat met rood-groen-zwart te maken heeft.
Drunen, 18 april 2026 aka the night before…
Er zijn van die momenten dat schrijven het enige medicijn is tegen zenuwen en spanning. Meer een tijdelijke onderdrukker dan een permanente oplossing, want de verlossing wordt over zo’n 24 uur gegeven door Danny Desmond Makkelie. Vandaag was de eerste keer dat ik Anna Zola meenam naar het stadion, Dirk. Voor velen een kleinigheid, maar vanaf het moment dat ik met haar de auto uitstapte op Stadionplein 1 was het een achtbaan van emoties.
Halverwege de jaren ’90 ging ik aan de hand van mijn moeder naar NEC. Het moet een vreemd gezicht geweest zijn. Vrouwen waren er nauwelijks, kinderen evenmin. Ik was acht jaar oud en NEC werd ons uitje. Een veilige haven als het thuis weer eens stormde. Een plek waar liefde, geluk, vriendschap en saamhorigheid ontstaat. Dingen die voor ons niet vanzelfsprekend waren. Ik bezocht als klein ‘hupke’ veel wedstrijden met mijn moeder, uit en thuis. En mijn zusje bleef bij wijlen mijn oma, die toentertijd praktisch om de hoek van de Goffert woonde. Structureel beloofde ze een zwarte onderbroek aan het balkon te hangen als NEC weer eens verloor.
Anna Zola had het er al de hele week over, zoals 3-jarigen dat kunnen: ‘ik moet rood-groen-zwarte kleren aan, dan ben ik echt NEC, papa!’ Bij het uitstappen werden haar ogen groot en die van mij nat. Je kind op deze manier mee kunnen nemen, is voor mij heel bijzonder. Geen vlucht van iets gevaarlijks, maar een droom van iets moois. Deze week vroeg mijn dochter voor het eerst of ik ook een papa had. Alsof het zo moet zijn. Zoals je weet is hij afgelopen december overleden en had ik hem al tig jaren niet gezien. Ik heb haar vragen beantwoord, maar het ook proberen te sturen naar alles wat er wel is: liefde, geluk, vriendschap en saamhorigheid.
Omgehangen met shawls en haar rugtas gevuld met prullaria en NEC-koekjes was het tijd om richting huis te gaan. Zij had genoten van de liedjes, het klappen en de doelpunten (‘dat waren er echt veel, papa’). Mijn gedachten gingen naar de wedstrijd van morgen. Een kans op zilverwerk, maar ook een kans om juist in dit bijzondere seizoen mijn vlucht naar NEC af te sluiten. Op het moment dat Anna Zola de auto instapt, vraagt ze: ‘mag ik nog een ander keertje naar het stadion met oma Sylvia?’ Vluchten hoeft niet meer. Het is genieten geworden.