
Nog effe folhouwe
Algemeen“D’r kumt niks aon heur”, zei een donkere stem, terwijl ik wachtte om over te steken. “Mo’k je hellepe? Je kiekt al effe nuir links en rechs. Kumtd’r wa spesiaols aon?” Met een lach probeerde hij mijn aandacht af te leiden om niet voor een bus te springen. “Ik hoef jou niks te fertelle; het ‘LEFE’ is muir kurt, al helemaol ien ’t Nimweegs. Fier letters!”
Een stevige kerel met goede zin sloeg joviaal op mijn schouder. Ik had juist een pakje afgegeven op een adres aan de Sint Annastraat. Het drukke verkeer vulde de rijweg, waardoor oversteken een kwestie van kansberekening werd. “Ik woon hier achter en ik ken da. Ien ene miste ik da feestelijke lope achtermekuir met mesiek. Allemaol achter mekuir één kant op. Ik mis da nou al. Wurde wir ’n puir swuire weke; ik bin ech wa kwiet.”
Hij had gelijk; de straat hoorde in deze ‘Vierdagse-tijd’ vol te staan met oude stoelen, banken, kisten en ander zitmateriaal. “Dooie boel hier wir dijuir sonder Fierdaogse.” Hij keek even hopeloos, haalde toen zijn schouders op. “Je kunt bliefe huile, duir wurt ’t nie frolijker fan. Wa mien nou sou hellepe, da sien pertners met durst. Minse die d’r wir ’n feest fan wille maoke.” De stad zou nu één groot feest moeten zijn volgens hem.“Alle juire hadde we nou lol um minse, die feur applaus d’r eige de bluire liepe.”
Een langsschuifelende vriendelijke dame bleef bij ons staan.“Rustig is ’t hier nou, nie dan? Wekelang hebbe we ons deur oranje brille blij gesonge en folgeschilderd, mefrouw. U oek?” Voorzichtig pakte hij de verraste bejaarde bij de schouders. Met één verleidelijke oogopslag meende hij haar knockout te hebben en enthousiast zingend duwde hij haar voor zich uit. “Weer trekke wij ten strijde…” Bij “Vechtend ten alletijde…” rukte ze zich los. Hij struikelde door tegen een geparkeerde auto.“Saome singe is hertstikke leuk, meneer, fasthouwe mag, muir as je wil fechte mot ik ereluk segge, da’k derde dan karaote heb.” Ze groette vriendelijk buigend. Hij had zijn evenwicht nog niet terug.







