Ron de Groot.
Ron de Groot. Foto: Orange Pictures

Een laatste keer Bikkeltje in De Goffert: ‘Maar dit is geen vaarwel’

Algemeen

NIJMEGEN - Voor Ron de Groot was zaterdag een bijzondere, maar ook een emotionele dag. Hij wilde het zelf geen afscheid noemen, maar een stapje terug. “Maar je neemt wel op het veld van het publiek afscheid.”

Na afloop van de wedstrijd Team Mario vs Team Ron, kreeg De Groot ook nog een erehaag. Het was zíjn middag. “Het is een hele emotionele dag”, begint de clubicoon tegenover ForzaNEC. “Ik uit dat nooit zo erg moet ik zeggen, maar je weet dat het je laatste activiteit op het veld is voor je club. Dan ga je terugdenken aan bepaalde periodes, 35 jaar trainerschap met ups and downs, maar ook als speler.”

“Ik ben hier ook als 14-jarig spelertje binnen komen wandelen. In de oude barakken nog aan de kant van de Hazekamp. Toen als speler doorgegroeid naar het eerste elftal en dan later als trainer. Dan kom je bijna op vijftig jaar uit. Dat is een hele lange periode. Dan doet dat wat van binnen met je, ja.”

Dat De Groot lang actief is geweest bij NEC was ook wel terug te zien in zijn team. Er stonden namen die eind jaren ’90 in Nijmegen voetbalde tot Christian Santos en Sjoerd Ars, waarmee hij in 2014/15 kampioen werd van de Jupiler League. 

“Dat was zonder meer een hele leuke mix. We hadden ook een beetje geselecteerd op gasten die ook een beetje populair waren bij het publiek: Hristov, Doelen, De Gier, Van Rijswijk, Appiah. Jarda Simr natuurlijk ook na zijn goal bij RKC. Dat is heel mooi dat je bepaalde periodes zo samen aan het werk kan zien.” En het waren niet alleen spelers die De Groot gecoacht heeft. “Met Vievermans, Brookhuis en Carlos (Aalbers, red.) heb ik nog samengespeeld.”

Aan het einde besloot ‘Bikkeltje’ nog één keer zelf de voetbalschoenen aan te doen. “Dat is het eerste wat ik dacht. Ik wil toch even meedoen, de gelegenheid is er en dan moet je hem ook gelijk meepakken. Ik wilde ook gewoon winnen. Ik kwam nog een keer door op de zestien en ik ken Brookhuis als keeper, die komt altijd heel ver naar voren. Dus ik wilde de bal chippen, maar door mijn vermoeidheid raakte ik de bal totaal verkeerd en kwam hij ver naast.”