INGEZONDEN

Wat je van Arnhem leren kan

Algemeen Kort nieuws

Ingezonden brief

Het gras is groener in de Goffert dan in het Gelredome. Ook de Waalbrug is mooier dan de John Frostbrug over de Rijn. Maar op één belangrijk punt kunnen we als Nijmegenaren leren van Arnhem. Bij de grootste opvoedkundige uitdagingen van deze tijd zette Arnhem in mei een stap die navolging verdient: het bracht een dringend advies uit tegen te vroeg en te intensief gebruik van sociale media van kinderen.

Het werd me weer duidelijk tijdens de ouderbijeenkomst op de basisschool. Iedereen ziet het probleem, maar niemand voelt zich helemaal verantwoordelijk: het is moeilijk om grenzen te stellen, zeker wanneer anderen dat niet doen.

Toch wijst onderzoek erop dat vroeg en intensief sociale mediagebruik samenhangt met negatieve effecten op psychisch welzijn, en de fysieke en sociale ontwikkeling van kinderen.

Daarnaast bestaan er zorgen over de rol van sociale media in de teloorgang van democratische waarden, toenemende polarisatie en de afnemende acceptatie van mensen met een ‘andere’ seksuele oriëntatie of identiteit. En dan is er nog de enorme hoeveelheid persoonlijke informatie die kinderen al op jonge leeftijd aan grote technologiebedrijven overhandigen, zonder dat zij (en wij!) weten waar het later voor gebruikt zal gaan worden.

Verandering vraagt om collectieve actie. Ouders, scholen en de overheid hebben ieder een rol. Van technologiebedrijven hoeven we uiteraard weinig zelfregulering te verwachten: hun verdienmodel is gebaseerd op het zo lang mogelijk vasthouden van aandacht en het verzamelen van gegevens. Gelukkig zetten overheden in verschillende landen (nu ook in Nederland) heel voorzichtig stappen richting strengere regels en bescherming van minderjarigen, vergelijkbaar met eerdere maatregelen rond roken. Ook ontstaan er ouderinitiatieven, zoals Smartphonevrij Opgroeien, die pleiten voor later smartphone- en sociale mediagebruik.

De kans op verandering is het grootst wanneer zulke initiatieven elkaar versterken. En basisscholen kunnen daarin een belangrijke rol spelen: door een heldere visie te formuleren, die in de klas uit te dragen en hierover het gesprek met ouders te voeren. De genoemde problemen staan immers haaks op de waarden die basisscholen uitdragen: samenwerking, creativiteit, kritisch nadenken, respect en ruimte voor iedereen.

Maar ook de gemeente is aan zet. Neem een voorbeeld aan het zogenaamd minder progressieve Arnhem. Daar heeft de gemeente samen met schoolbesturen, kinderopvang- en maatschappelijke organisaties een dringend advies uitgebracht: geef kinderen zo laat mogelijk een smartphone en stel sociale media uit tot minimaal zestien jaar.

Duurzame verandering vraagt uiteindelijk om nationale en Europese regelgeving die Big Tech begrenst. Maar daarop hoeven Nijmegen, haar scholen en ouders niet te wachten. Zij kunnen nu al gezamenlijk duidelijke normen stellen en zich door Arnhem laten inspireren.

Jaap Rothuizen