
Onteigening, vervolging en excuses
AlgemeenDeze week was er een bijzonder samenzijn in de synagoge, voor de presentatie van een bijzonder onderzoek naar wat er in de Tweede Wereldoorlog gebeurd is met huizen van Joodse burgers. We waren hiervoor bijeen met leden van de gemeenteraad en de Joodse gemeenschap.
De Tweede Wereldoorlog was een donkere tijd en kende vele gruwelijkheden. Miljoenen Joden werden uitgesloten, geterroriseerd, vervolgd en vermoord door nazi-Duitsland. Het is onvoorstelbaar, afschuwelijk en verdrietig te beseffen dat ook slechts een heel klein deel van de Joodse inwoners van Nijmegen de oorlog heeft overleefd.
De Duitse bezetter nam ook in verschillende Nederlandse gemeenten huizen en panden in van Joodse eigenaren, die bijvoorbeeld gedeporteerd of ondergedoken waren. Vaak werden die doorverkocht. Met een onderzoeksopdracht aan de Radboud Universiteit wilde de gemeente helderheid over wat er hieromtrent in Nijmegen heeft plaatsgevonden, en welke rol het gemeentebestuur daarbij speelde.
Uit het onderzoek blijkt - kort gezegd - niet dat het Nijmeegse gemeentebestuur zulke panden heeft gekocht. Maar die bedoeling is er wel geweest. Alleen zorgden omstandigheden ervoor dat het in Nijmegen uiteindelijk niet gebeurd is. Bijvoorbeeld omdat veel panden verwoest raakten door het bombardement, doordat de stad eerder werd bevrijd en de Joodse gemeenschap in aantallen relatief klein was in Nijmegen, vergeleken met andere steden. Nijmegen legde Joodse huiseigenaren die terugkeerden na de oorlog ook geen belastingnaheffingen en boetes op, wat elders wel eens voorkwam.
Toch weten we ook uit diverse onderzoeken dat Nijmeegse ambtenaren, gemeentepolitie en bestuurders in de oorlog op zijn minst bureaucratisch hebben gehandeld. Daardoor hebben zij meegewerkt aan de vervolging en ontrechting van Joodse inwoners. Bovendien is het zeer beschamend dat gemeentepolitie en ambtenaren een actieve rol hebben gespeeld bij de afschuwelijke razzia en deportatie van 196 Joodse Nijmegenaren in 1942.
Ondanks die feiten is het gemeentebestuur ook ná de oorlog niet met veel empathie en mededogen omgegaan met de Joodse inwoners die terugkeerden. Daar was weinig oog voor, van een goed gesprek of excuses was in die tijd geen sprake. Dat komt ook in dit onderzoek naar voren.
Daarom heb ik in de synagoge opnieuw oprechte excuses aan de Joodse gemeenschap aangeboden, voor het leed dat hen in en na de oorlog is aangedaan door het handelen en de houding van bestuur en ambtenaren. Dit mag nooit meer gebeuren.
Na overleg met de gemeenschap stelt het college de gemeenteraad nu voor om een fonds te creëren, voor activiteiten die bijdragen aan het voortbestaan van een florerende Joodse gemeenschap in onze stad. En daarnaast ook een bedrag voor exposities over het Joodse leven in de Tweede Wereldoorlog en nu. Ik hoop dat hiermee meer begrip ontstaat en dat de verbondenheid van de Joodse gemeenschap met onze stad nu en in de toekomst nóg sterker verankerd wordt.
Reageren op de column van de burgemeester? Mail naar: secretariaatburgemeester@nijmegen.nl














