Afbeelding
Foto:
Column van de burgemeester

80 jaar vrijheid

Algemeen

Afgelopen donderdag was het 80 jaar geleden dat Nijmegen in oorlogstijd vernietigend in het hart werd geraakt door een verschrikkelijk bombardement. 

Op dinsdagmiddag 22 februari 1944 waren veel Nijmegenaren net weer naar buiten gegaan, nadat het luchtalarm was beëindigd. Op weg naar school of werk, in de winkels, thuis of op het werk werden zij overvallen door Amerikaanse bommenwerpers, die in een paar minuten tijd door een tragische samenloop van omstandigheden een gapend gat in onze historische binnenstad sloegen. En een gat achterlieten in de harten van de Nijmegenaren, want bijna 800 inwoners en bezoekers verloren die dag het leven. Wie het bombardement wel overleefde, raakte gewond, verloor dierbaren of zijn huis, bedrijf en bezittingen.

De stad bleef brandend en in puin achter. En dat zien we vandaag de dag nog terug in de bebouwing van onze binnenstad. Na de oorlog begonnen jaren van wederopbouw. En de wederopbouw in Nijmegen kende vele gezichten. Soms werden gebouwen afgebroken en kwam er totaal andere nieuwbouw voor in de plaats, in andere gevallen werd gerestaureerd of in historische stijl herbouwd, maar er zijn ook combinaties daarvan te zien. Het stadhuis is daar een voorbeeld van. Het centrum van deze oudste stad van Nederland oogt mede door de gevolgen van het bombardement oud en nieuw tegelijk. 

In mijn toespraak bij de herdenking afgelopen donderdag bij het monument De Schommel, benoemde ik waarom het herdenken van deze gebeurtenissen zo belangrijk is. Om de slachtoffers te gedenken, maar ook om het leed van de nabestaanden en overlevenden te erkennen. Gezamenlijk herdenken vond in de eerste jaren na het bombardement niet veel plaats. Direct na het bombardement gingen het leven, maar ook de oorlog en de verwoestingen door. Daarna moesten de Nijmegenaren de schouders zetten onder de wederopbouw. Onduidelijkheid over de aanleiding van het bombardement, en dat de bommen van de Amerikanen kwamen, onze vrienden en bevrijders, maakte herdenken extra beladen. Ook in het land was er meer aandacht voor Rotterdam, dat door de vijand gebombardeerd was. 

Pas rond de 50e herdenking spraken ooggetuigen en nabestaanden in groteren getale in het openbaar over wat zij meemaakten. Er volgden diverse boeken, die ook de Nijmegenaren van nu duidelijk maken wat de oorlog voor onze stad betekend heeft. Collectieve herdenkingen werden, mogelijk ook daardoor, afgelopen decennia goed bezocht. 

Tot vandaag de dag groeit de belangstelling nog. Dat zagen we bijvoorbeeld ook aan de media-aandacht afgelopen week. Ik ben daar dankbaar voor, want gezamenlijk herdenken onderstreept het belang van saamhorigheid, solidariteit en medeleven. Het maakt duidelijk dat het niet vanzelfsprekend is dat wij nu 80 jaar vrijheid leven in ons land. Dat mogen wij nooit voor lief nemen. De Nijmegenaren van 1944 verdienen een blijvende plek in onze gedachten en harten.