Burgemeester Bruls.
Burgemeester Bruls.
Column van de burgemeester

25 jaar Marikenstraat

Algemeen

Vorige week was ik uitgenodigd om met winkeliers en bezoekers het 25-jarig bestaan van de Marikenstraat te vieren. Op 15 september 2000 opende deze winkelstraat. Leuk detail is dat die eigenlijk Raadhuisstraat zou moeten gaan heten, maar na een raadpleging van 600 inwoners toch naar onze bekendste niet-bestaande Nijmegenaar werd vernoemd, Mariken van Nieumeghen.

Voor mij staat de straat symbool voor het meest betekenisvolle Nijmeegse bouwproject van de afgelopen decennia. Onze binnenstad kreeg er destijds niet alleen een bijzondere tweelaagse winkelstraat erbij. Die was onderdeel van de Centrum 2000-plannen, bedoeld als ‘intensivering van de kern’ van de stad. Want het centrum was tot die tijd eigenlijk vooral bedoeld voor winkelen en het winkelbezoek nam zelfs op de zaterdag af. De toekomstkansen voor binnensteden werden vooral gezien in bredere vrijetijdsbeleving. 

Deze hele gebiedsontwikkeling moest dus een evenwichtige mix opleveren van aantrekkelijke architectuur, cultuur, historie, wonen, horeca en winkelen. Door de vernieuwing van de Mariënburg, met woonappartementen, de Stadswinkel, bibliotheek, het Archief en film-, theater- en debatcentrum LUX werd dit van een grijs parkeerterrein een levendig plein. De doorgang onder het Arsenaal naar de Moenenstraat zorgde dat winkelend publiek een logische route door de winkelstraten kon maken. 

In dezelfde periode opende ook het Valkhof Museum, een publiekstrekker van landelijk niveau. Een nieuwe garage op het Kelfkensbos bood parkeerruimte aan de rand van de binnenstad. En de geschiedenis behield een plek, met de Mariënburgkapel en de schommel ter herdenking aan het bombardement op het Raadhuishof.

Met dit alles heeft Nijmegen een geheel nieuw, kloppend hart gekregen, dat de binnenstad ook echt gereanimeerd heeft, om maar in medische termen te blijven. Het bracht onze stad nieuw elan, wat geleid heeft tot meer bezoekers, meer uitgaven in de winkels en horeca, een rijker cultureel aanbod, meer toeristen en uiteindelijk ook meer investeringen. Een stimulans voor de stadseconomie dus, en voor de toekomst van deze stad. 

En dat merken we ook nu nog steeds. Mensen willen graag wonen en verblijven in onze stad. Dat willen we graag zo houden. Maar juist dát betekent ook dat we niet op onze lauweren kunnen rusten. We zijn 25 jaar verder en de wereld staat niet stil. Als we willen dat de binnenstad een fijne plek blijft om te wonen, winkelen en verblijven, moeten we bijvoorbeeld rekening houden met hittebestendigheid en dus meer groen toevoegen. 

We moeten nadenken hoe het centrum van onze groeiende stad bereikbaar blijft, maar óók rustig en veilig. En hoe we voor een groeiend aantal inwoners voldoende woningen én voorzieningen houden. De binnenstad is de levendige huiskamer van onze stad, en dat moet ook over 25 jaar ook nog zo zijn!