Afbeelding
Foto:
Krulletje van Leo van Stijn

Blaoskaok

Algemeen

Een straffe wind blies diverse kleuren bladeren zonder mededogen om ons huis. De herfst had haar intreden gedaan en toverde de bomen en struiken vanaf een nieuw palet. Met frisse moed veegde ik de blaadjes van ons terras bij elkaar tot bij de achterpoort, waar een container achter klaar stond om de restanten van de zomer in af te voeren. 

Toen ik klaar was, maakte ik de poort open om de bladeren op de stoep te vegen. Daar profiteerde een windhoos van, die met volle kracht ook mijn verzameling retour blies. Een amicale heer in een te deftige jas passeerde juist onze poort en bleef met een uitdrukking tussen meelij en ingehouden vermaak staan kijken. 

“So hè’k jou nog noit besig gesien. Je duut ’t oek hertstikke ferkeerd. Dà hebbe we toch nie geleerd ien ‘t HOCC fan de paoters fan ’t Kniesius Kulleesje. Dà’s wel lang geleje, muir duir ken ik je toch geliek fan trug.” 

Die herkenning was niet wederzijds en zijn mededeling, dat we een jaar in dezelfde klas hadden gezeten, nam ik voor waar aan. Hij was een lange tijd weggeweest uit Nijmegen, maar zijn geboortestad had hem uiteindelijk terug weten te trekken.

Hij noemde bekende namen van onze leraren en medestudenten. Hij sprak licht geaffecteerd Nimweegs. De deftige jas begon langzaam zijn plek uit mijn Canisiusperiode in te nemen. Hij had zeer veel van de wereld gezien en hele bijzondere mensen ontmoet en unieke ervaringen opgedaan. 

“Muir ik bin ech blij, dà’k nog gesond hier ien de stad ‘n lekker plekske heb gefonde, wuir ik al die erfuiringe kwiet ken aon kennisse fan froeger.” Hij veegde in stilte met zijn voeten wat bladeren bij elkaar. “Een wereld aon erfuiringe ien mien kop, muir ‘n dierbuir gefuul fan liefde feur Nimwege en ’t Nimweegs ien ’t hert.” 

Hij werd er rustiger van, evenals de wind. Samen kregen we de bladeren in een container. “Fijn, dà’k kon hellepe”, wilde hij nog kwijt én waar hij woonde in de buurt. “En ik fuul, dà’k nou straks op jouw hullup ken rekene.” In rekenen was hij nooit erg goed geweest.