Afbeelding
Foto:
Krulletje van Leo van Stijn

Nimweegse Herdrock

Algemeen

De aandacht voor ons dialect was weer volop aanwezig in de Nije Nimweegse Revue. In de Lindenberg kon men afgelopen weekend heerlijk genieten van de ouwe spreektaal, die gelukkig nog niet verdwenen is. De voorstelling had de vorm van een spontane les alledaags Nimweegs omlijst door zang en muziek. Natuurlijk wilde ik daar graag bij aanwezig zijn. Bij binnenkomen vroeg een bekende mij of ik hem kon helpen met een Nimweegse tekst. Dat deed ik graag, want alle kansen om het ons zo dierbaar ‘Nimweegs’ te promoten grijp ik graag aan.

Het was geen zware klus beweerde hij en hij had mij slechts een korte tijd nodig. Dat zou dus wel meevallen. “Jij ken mien redde!”, begon hij serieus, maar hopelijk zwaar overdreven. “Erst hier wà Nimweegs opsnufe. Ik wach met mien fraog wel tot nuir de uutfoering. Dan suuk ik jou hier bute wel effe op.”

Geduldig schoven we naar binnen om te gaan genieten van een heerlijke voorstelling. Het enthousiaste publiek beloonde de geslaagde Nimweegse uitvoering regelmatig met overtuigend applaus. Bij de uitgang trof ik de bekende, die mijn hulp nodig had bij zijn theatrale redding. We hadden allebei zeer genoten van deze bijzondere Nimweegse middag. In zijn nog positieve bui nodigde hij mij uit om nog iets te gaan drinken in de buurt. “Effe weg uut de drukte en de kop wir leeg maoke feur ‘n nij aofontuur, wuir ik jou feur nodig heb. Nie srikke; ‘t is niks gefuirlijks, muir ik wit seker dà jij mien wil hellepe. So ken ik jou”, verzon hij overtuigd als een welgemeend schouderklopje Ik kon niets bedenken. Onbevangen voerde hij ons naar een rustig cafeetje een paar staten verder. Daar vond hij de rust en voldoende ruimte voor zijn aangekondigde mededeling. “Wij motte saome echte Nimweegse herdrock-nummers gaon maoke”, zei hij onverwacht verlegen. “Srief jij ‘n herdrock-deurmekuir tekst, maok ik d’r ‘n top-deurmekuir-urkestband bij. Die mot kluir sien feur de folgende Nimweegse revue. Dus gooi je huir los, springe we saome ien ‘t juirgat dà feur ons leit.”