
Gao toch fietse
AlgemeenEr waren meerdere redenen om met de fiets boodschappen te gaan doen, maar zware wolken dreven mij naar de auto. Ook het lijstje met de aankopen paste daar bij. Ik was juist thuis van het rondje langs de markt en enkele winkels en begonnen met het uitladen door de losse aankopen in een grote doos te doen.
Onverwacht kreeg ik een goedbedoelde klap op mijn schouder, waardoor ik voorover schoot. De doos kantelde en alle aankopen rolden door de kofferbak. “Gao toch fietse, man! Mot ’t wir met de auto?” Een luide lach van een voorbijfietsende straatgenoot galmde daar met leedvermaak achteraan. Ik zette de doos voor de aankopen wat onhandig rechtop en dook zoekend in de kofferbak, toen opeens een hoge schelle stem van een fietser bijna schreeuwde: ”Kiek toch uut, idioot!” Ik schrok, maar die opmerking bleek niet voor mij bestemd te zijn. Een echtpaar met glanzende rijwielen, voorzien van een verzameling tassen aan sturen en bagagedragers was juist gepasseerd. De man remde het eerst en keerde langzaam om. De vrouw stapte ook af. “Hij duut met de dag gekker, meneer, nou hij nie mir werkt. Schiet toch ‘s op, Wim”, mopperde ze, maar die had duidelijk zin in een praatje. “Feul gruun. Da was froeger gesond. Se spute d’r nou fan alles oferhin. As je dà feul freet, krupe de wurreme je laoter nog feurbij. En wij frete gewoon deur.”
Zijn vrouw kende zichtbaar zijn verhalen. “Wim, gao nou mee.” Hij kende dat zinnetje blijkbaar ook, want hij reageerde niet. Even later fietste zij gewoon weg. Hij wilde het niet merken. ”Wis jij, dà hier bij de paoters fan ’t Canisius College oek appelbeumkes ien de tuin stonde? Flak nefe de afsluutheg?” Een glimlach bij een zure herinnering. Appeltjes met rotplekjes en wormpjes. Ik tilde de doos uit de auto en wilde naar binnen. Hij maakte geen aanstalten weg te gaan tot zijn vrouw naderde. “Bin je nou kluir, lulmeier! Hier hè je babbels, tuus leit ie feur dood fleis nefe mien. Rij je mee? Ik gaoi, want mien diepfries-kiep hier begint te waotere.”















