
Stoeke
AlgemeenOnze stad heeft veel groene uitlaatplekjes tussen de duizenden huizen. Ook onze hond reageert daar blij op. Zo staat hij soms onverwacht stil bij vreemde struiken. Ik geef hem graag de tijd uitgebreid te snuffelen. Ik herken soms zijn houding en moet terugdenken aan een eerdere ‘noodstop’ bij dezelfde dichte struiken. Meetrekken aan zijn riem is vaak verspilde moeite.
Hij bleef laatst opvallend stil en heel gericht staan kijken naar een punt onder een forse struik. Daar bleek een langwerpig donkerbruin kortharig dier met kromme pootjes te liggen. Het roze puntje dat eraan vast zat, bleek het tongetje te zijn. Het hondje bewoog amper, terwijl hij duidelijk naar ons keek. Ik wachtte geduldig tot even later een oudere vrouw schuifelend van achter de struiken tevoorschijn kwam.
Ze keek me aandachtig onderzoekend aan en zocht duidelijk naar herkenning. Al snel zag ik voorzichtig positieve hoofdknikjes verschijnen. “Hè je wir ’n hundje?”, klonk het verbaasd. “Dà’s al lang geleje folleges mien.” Haar stem herkende ik meteen. Ze was oud geworden. Diepe rimpels in haar gezicht, maar nog steeds de strak naar achter gekamde inmiddels grijze haren, samengebonden met een strik. ”Ik mos wel effe goed kieke”, begon ze. “De oge, hè. Alles begint te fersliete. Tarsan oek.”
De twee hondjes hadden elkaar snel gevonden en renden elkaar achterna tussen de lage struikjes. Wij keken naar het speelse duo. ”Die gaon nog wel effekes mee gelukkig”, zuchtte ze. Een droeve ondertoon kleurde de positieve mededeling. ”Ien mien bofekaomer steet alles nog op ‘n rijtje, muir mien lief duut ‘t nie mir as ‘n tied trug. Al mien knoke duun mien seer.”
Het lopen was geslonken tot schuifelen en kleine pijntjes waren vervangen door hevigere aandoeningen. Haar man was overleden; daar was een hoop zorg mee verdwenen. Maar haar kinderen wilden de hond niet na haar leven. ”Feur mien wille se wel betaole as ik sterf, muir as ik fraog, wat te stoeke feur de hond, dan gefe se nie tuus.” Ze had al geïnformeerd of ze samen met de hond gecremeerd mocht worden. Ze schudde ‘nee’. Onze honden waren uitgerend en zwijgend stapten we gearmd en hoopvol de levendige drukke wereld binnen.















