Afbeelding
Foto:
Krulletje van Leo van Stijn

Juirig

Algemeen

Er stonden al enkele mensen voor de geldautomaat. Het liefst was ik doorgelopen, maar hoewel chipknippen en pinpassen de portemonnee steeds meer bevolken, blijft ‘echt geld’ zijn eeuwenoude plek nog opeisen. Daarvoor zijn we tegenwoordig aangewezen op geld uit de muur. We zijn overgeleverd aan machines, die wij met de rug naar de wereld wantrouwend afschermen voor achtervolgers. 

Deze geldautomaat bevond zich enkele meters naast de deuren van een grote winkelketen. Een slungelachtige jongeman stond gebogen over het toetsenbord te wachten op de ingetoetste hoeveelheid papiergeld. Achter hem staarde een breedgeschouderde vleesbonk met ontblote armen kwaad naar de boze wereld. Op zijn zwart leren vest, dat met kopspijkers op zijn lijf genageld leek, schreeuwde een draak vuurspuwend om afstand. 

Het vrouwtje erachter was klein, waardoor haar ogen zich op draakhoogte bevonden. Ze hield een veilige afstand van het monster. Nerveus draaide ze zich telkens om, keek dan langs mij heen. “Ik wach op mien man”, zei ze terwijl ze de straat af keek. ”Ik wit nie hoe ’t mot en hum durf ik niks te fraoge.” Ze wees op de reus voor haar. Op de markt had ze een lichtblauwe bloes willen kopen, maar bij het betalen merkte ze, dat de koopman alleen contant geld aannam. Geld halen uit een pinautomaat vond ze griezelig. Daarom had ze haar man gebeld om naar de stad te komen. Hij had haar naar de markt gebracht en zou haar later weer ophalen. Het kon nog wel een tijdje duren voor hij de hele route langs zijn afspraken gemaakt had. 

Ze keek mij vriendelijker aan. “Ken u helpe pinnen?” Ze bracht het voorzichtig. “Fan de alteraosie bin ik mien pincode wir kwiet”, bekende ze met een kleur. “En op ‘n papierke ien de purtemenee was oek gefuirluk.” 

Ze had een gemakkelijke code gekozen met een 2 en een 0 erin. Het kon de postcode zijn in combinatie met het huisnummer: ‘2011’. Een claxon riep haar naar een auto: haar man. ‘2810!’, riep hij. Met “Stom fan mien. Bin ik eiges juirig!”, verdween ze. Op die dag stuur ik een kaartje naar die rasechte Nimweegse. Maar op welk nummer woonde ze nou ook alweer?