Leo van Stijn.
Leo van Stijn. Foto:
Krulletje van Leo van Stijn

Gefalle frouwe

Algemeen

Een verjaardag moet je vieren, zeker als het een mijlpaal betreft. Maar omdat wij op die feestelijke dag niet aanwezig konden zijn om de vreugde te delen, zocht ik een vervangende passende gelegenheidskaart. Zo konden we de jarige toch sterkte wensen met zijn feestdag. 

In een boekenwinkel kende ik een draaibare kaarten-uitstalling met de meest uiteenlopende wensen. Toen ik een verantwoord exemplaar met een grappige tekst wilde pakken, draaide het rek voor mijn vingers weg. Ik was te laat om mijn hand terug te trekken en wipte een verkeerde kaart uit het rek. Die verdween sierlijke richting vloer. Meteen stak een roodgebruinde kop om de kaarthouder heen. “Nim mien nie kwaoluk. Ik hà je nie gesien achter die kuirte.” 

Een wat oudere man schoof tevoorschijn. Het witte, eigenwijze rechtopstaande haar gaf hem iets clownachtigs. Een stekelige snor van dezelfde kleur hield als een stevige pluk hoofdhaar, zijn neus omhoog. Hij keek me wat verontschuldigend aan. Ik lachte even en zocht de gevallen kaart. De man hielp meteen spontaan mee, viel op zijn knieën voor een tafel met aangeprezen boeken, dook onder het afhangende kleed en kwam met de kaart tevoorschijn. Hij veegde er een stofje af. “Asjeblief, mien fout. Gao je hier ’n uirdig mins blij mee maoke?” 

Ik pakte de kaart aan om te zien wat ik had laten vallen. Het was een afbeelding van een oud mannetje, dat gretig staarde naar bovenmatig opgeblazen blote vrouwen op het strand. “Soe eentje hè’k ‘n puir juir trug oek gekrege”, lachte hij. ”Kuirte sien herstikke hendig, as je ergend nie nuir toe wil gaon. Ik suuk d’r nou eentje feur 40 juir folhouwe fan mien bruur. Se hebbe ‘n saoltje afgehuurd ien ‘t buurthuus. Was nog te betaole. Feur pindao’s, soutjes en feur bitterballe en so surrege se eiges.” Een éénmans-orkest zou de stilte proberen te verjagen, die al jaren de relatie kenmerkte. “As ‘t meesit komme se allemaol tegeliek met aonhang. Sien se rap fan ‘t handenschudde af. Want al magge die mekuir nie, een hoop slikke feur de liefe frede, dà hebbe se oek allemaol ge-urrefe fan hullie ouwe lui.” 

De gevallen kaart plaatste ik met een glimlach terug.